Het zal toch alweer pak en beet een 15 jaar geleden zijn. Lieve vrienden op bezoek op Kaponig, het prachtigste weer (in Oostenrijk noemen ze het “Kaiserwetter”) voor de bergen in te gaan.

Moosboden is de naam van een prachtige mos vlakte op 1800 m hoogte omringd door gigantische bergkammen. De energie daar boven, is met geen pen te beschrijven, met geen woorden uit te leggen. Het kan alleen ervaren/gevoeld worden.

Er gaat een, in mijn beleving ieder geval, toch wel pittige klim aan vooraf. Maar zoals veel in het leven, is ook dit relatief gezien. Wat voor de een pittig is, is voor een ander een fluitje van een cent.

Pittig was die dag voor mij een understatement. Op een rotsblok zittend, het gevoel hebben dat je laatste uur geslagen is, heeft niks meer met pittig te maken. Die dag nam ik definitief afscheid van deze magische plek. Ik zou er voor mijn gevoel nooit meer komen. Mijn lichaam gaf die grens aan en mij bleef niks anders over, dan dit te accepteren.

Een paar jaar later stelde Robert voor nog eens naar deze mooie plek te gaan. En ik geloofde mijn oren niet. Hoe kon hij dat nu voorstellen, wetende hoe graag ik dit zou willen maar het niet meer realistisch haalbaar was, met mijn lichamelijke beperkingen. Maar nee, we zouden het deze keer anders doen. Ik voorop, zou het tempo bepalen. Zou ook bepalen of we verder zouden lopen of om zouden draaien. Het was aan mij.

Nog nooit was ik in deze modus geweest. Al die jaren, dat we met ons gezin of met familie en vrienden elke zomer de bergen in gingen, om daar te overnachten in een berghut, was ik sowieso altijd diegene, die als laatste bij een rustplaats aankwam, als laatste bij de berghut arriveerde. Me onderweg altijd troostte met het geluksgevoel het einddoel alsnog te halen, wetende hoe schitterend de top zou zijn, ook al was de weg een hel. Want een ander woord had ik er niet voor. Was alleen maar bezig met ademen en overleven, kreeg van alle schoonheid niks mee.

Dus, bepakt en met de volledige overtuiging, dat we na 15 min weer rechtsomkeer zouden maken, gingen we alsnog op weg. Ik zij de gek voorop, met een slakkentempo van heb ik jou daar. En voor het eerst, in al die jaren, ging het eigenlijk als vanzelf. Ik keek mijn ogen uit. Genoot van zo veel kleine dingen, die me nooit waren opgevallen, gewoon omdat ik er nooit oog voor kon hebben.

Onderweg zijn er steeds weer van die plekken, waar het dan net weer een stukje moeilijker, stukje steiler wordt. En steeds weer kreeg ik de mogelijkheid om een keuze te maken. Gaan we verder, draaien we om?

En dan…….kom je boven aan op die magische plek, waarvan je dacht, nee zelfs volledig overtuigd was, er nooit meer te komen. Op mijn knieën gezakt en eerst eens van dankbaarheid en opluchting een heerlijk potje gejankt. Vreugde tranen, trotste tranen, alles mocht er zijn. Wat een mega mooie les.

En wat was ik achteraf Robert dankbaar, voor dit voorstel. Waar ik in eerste instantie een ongekende woede en boosheid bij voelde.

Dankbaar voor deze mooie les, over je eigen pad volgen, op je eigen manier. Jouw manier, wat bij je past. De onmogelijkheden omzetten in mogelijkheden. Als je maar in je eigen voetstappen blijft lopen, niet in de voetstappen van een ander. The only way, my way.